top of page

Hart voor de zorg vraagt meer zorg voor het werk

  • Foto van schrijver: Erwin Hollestelle
    Erwin Hollestelle
  • 5 jan
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 12 jan

Over professionaliteit, tijd en het stille weten van de zorg zelf


Hart voor de zorg vraagt meer zorg voor het werk

Soms zegt één zin meer dan een stapel rapporten. 'Ik stop in de zorg, en dat zouden meer mensen moeten doen.’


De uitspraak verscheen onlangs in Trouw, in een artikel van Julia ter Beek, en maakte veel los. Begrijpelijk. Niet omdat zij oproept tot vertrek, maar omdat zij woorden geeft aan iets wat al langer voelbaar is.

Zelden zijn het onverschillige mensen die stoppen. Het zijn vaak juist de betrokkenen. Mensen die hun vak serieus nemen. Mensen voor wie het werk meer is dan een baan.


In mijn professionele loopbaan heb ik het voorrecht gehad in veel keukens te mogen kijken. De zorg is een sector waar ik niet vanzelfsprekend terechtkwam, maar waar ik graag ben gebleven. Juist omdat je er iets aantreft wat elders schaars is: mensen die hun werk doen met een groot hart voor anderen. Er wordt betekenisvol werk verricht, elke dag opnieuw. Dat geeft een eigen dynamiek. En precies die dynamiek staat onder spanning.

Erkennen wat waar is

Laat ik eerst iets expliciet maken. De druk in de zorg is reëel. De schaarste ook. Vergrijzing, arbeidsmarktontwikkelingen en een toenemende zorgvraag zetten het systeem structureel onder spanning. Dat is geen toekomstscenario meer, maar dagelijkse praktijk.


Maar wie het daarbij laat, mist iets wezenlijks. Want hoe verklaar je dat juist in een sector met zoveel betrokkenheid en vakmanschap de uitputting zo diep voelbaar wordt? Waarom haken mensen af die ooit met overtuiging voor het zorgberoep kozen? Wat gaat hier eigenlijk verloren?


Misschien zijn dat niet alleen de mensen, maar ook professionele ruimte, eigenaarschap en het gevoel dat het werk nog van henzelf is.


Van symptoom naar vraag

Het dominante gesprek gaat vaak over personeelstekorten. Over roosters die niet rondkomen. Over te weinig handen aan het bed. Dat verhaal raakt aan de werkelijkheid, maar het is niet het volledige verhaal.


Wat zorgprofessionals raakt, is namelijk niet alleen de hoeveelheid werk. Het is het ervaren verlies aan zeggenschap. Het besef dat hun professionele oordeel steeds minder richtinggevend is. Dat weten wat goede zorg is, niet vanzelfsprekend samenvalt met wat binnen regels, protocollen en financiering mogelijk wordt.


Wat Julia ter Beek beschrijft, is daarmee niet alleen werkdruk, maar een ervaring van vervreemding: de morele spanning die ontstaat wanneer zij ervaart dat zij haar vak regelmatig niet meer kan uitoefenen zoals zij dat geleerd heeft en graag zou willen doen.


Een wenselijke verschuiving van eigenaarschap

Zorgprofessionals zijn in de kern zorgprofessionals. Hun aandacht gaat naar de ander: naar de cliënt, de patiënt, de bewoner. Dat is hun kracht. En tegelijk hun kwetsbaarheid.


Zorg dragen voor de inrichting van het eigen werk, voor processen, besluitvorming en professionele positionering voelt voor hen minder vanzelfsprekend. Alsof de aandacht verschuift van de ander naar jezelf. Dat maakt begrijpelijk dat dit aspect van het werk lange tijd weinig aandacht kreeg.


Tegelijkertijd ontstaat daar waar eigenaarschap niet expliciet wordt genomen ruimte voor anderen om richting te geven. Zo is de regie over de ontwikkeling van de zorg gaandeweg verschoven naar beleid, politiek, advieslogica en financiers. Niet door kwade wil, maar omdat het veld zelf zijn aandacht vooral richtte op de uitvoering van zorgtaken.


De zorg raakte hierdoor haar eigen ontwikkeling kwijt. Niet door één besluit, maar steeds een beetje meer, in een lange reeks kleine verschuivingen.


Opleiding en blik

Zorgprofessionals worden primair opgeleid om goede zorg te verlenen. Dat is hun vak en hun trots. Minder vanzelfsprekend leren zij kijken naar de organisatie van dat werk: naar structuren, eigenaarschap, besluitvorming en systeemlogica.


En wat je niet geleerd hebt te zien, is lastig ter discussie te stellen.


Dat maakt het begrijpelijk dat professionele betrokkenheid lang niet automatisch is verbonden met professionele regie. Het verklaart ook waarom eigenaarschap over de inrichting van het werk zo gemakkelijk elders landt.


Naast de diagnose

De afgelopen jaren zijn er scherpe analyses verschenen die overtuigend laten zien hoe ingewikkelde systemen en soms gewoonweg perverse prikkels de zorg zijn gaan sturen. Onder meer in Zieke Zorg van Armand Girbes wordt helder zichtbaar hoe deze dynamiek het vak onder druk heeft gezet.

Wat deze analyses goed doen, is zichtbaar maken wat niet langer werkt.


De vraag die zich nu aandient, is welke beweging mogelijk wordt wanneer de zorg zichzelf opnieuw ziet als richtinggevende gemeenschap. Niet in afwachting van verandering van buitenaf, maar vanuit het eigen vakmanschap en collectieve verantwoordelijkheid.


Professionalisering als ontwikkelruimte

In gesprekken met zorgprofessionals hoor ik veel herkenning. Binnen de vakgroepen is veel kennis beschikbaar. Er is betrokkenheid en een groot verlangen om het werk goed te doen.


Professionalisering gaat dan niet alleen over het leveren van goede zorg binnen bestaande kaders. Zij gaat ook over zorg dragen voor het werk zelf. Over aandacht voor de condities waaronder goede zorg zich kan ontwikkelen en blijven bestaan.


Hart voor de zorg vraagt om zorg voor het werk.


Dat vraagt van zorgprofessionals niet dat zij nog harder werken, maar de bereidheid een andere verhouding aan te nemen tot hun vak. Het vraagt om het serieus nemen van professionaliteit als iets wat óók betrekking heeft op organiseren, afstemmen en richting geven.


Niet als plicht. Als ontwikkelruimte.


Tijd als succesfactor

Werken aan de zorg vraagt tijd. Tijd om te reflecteren, te leren en samen te organiseren. Precies die tijd heeft in het huidige systeem een beperkte plek.


Declarabiliteit bepaalt vooral wat zichtbaar wordt. Wat niet direct aan zorgminuten is te koppelen, verdwijnt gemakkelijk naar de achtergrond. In die dynamiek spelen zorgverzekeraars een bepalende rol. Hun manier van contracteren en bekostigen beïnvloedt sterk wat als waardevolle zorg wordt erkend.


Zo ontstaat een spanning die veel professionals dagelijks ervaren. Verandering vraagt betrokkenheid en initiatief, terwijl het systeem vooral uitvoerende tijd beloont.


Werken aan de organisatie is echter geen indirecte tijd, maar zorg voor het systeem dat kwalitatieve, toekomstbestendige zorg juist mogelijk maakt.


Wat zich aandient

Toch is het beeld niet somber. De spanning die zo voelbaar is, wijst op potentie en betrokkenheid. Op de aanwezigheid van collectief weten over wat klopt en wat niet.


De kennis om de zorg verder te ontwikkelen is al aanwezig in de zorg zelf. Wat nog nodig is, is ruimte om die kennis te verbinden aan eigenaarschap, tijd en professionele afstemming.


Je kunt een rivier niet duwen. Je kunt wel de bedding versterken waarin zij haar weg vindt.


Ruimte voor beweging

In deze tekst bied ik geen stappenplan. Niet omdat richting ontbreekt, maar omdat echte beweging ontstaat wanneer eigenaarschap van binnenuit wordt ervaren.


Wie te snel naar oplossingen grijpt, loopt het risico opnieuw richting te organiseren waar eerst eigenaarschap mag ontstaan. Daarmee herhaalt zich gemakkelijk datgene wat de zorg haar regie heeft doen verliezen. Ontwikkeling vraagt bovendien tijd, zodat mensen die een rol willen vervullen daarin kunnen instappen.


Ik denk dat ontwikkeling niet begint met weten wat te doen, maar met herkennen wat al aanwezig is en dat werkelijk serieus nemen.


Een open perspectief

Misschien is de vraag niet hoe de zorg gered kan worden. Misschien is de vraag hoe de zorg zichzelf opnieuw kan verstaan als eigenaar van haar eigen métier.


Wat wordt mogelijk wanneer zorgprofessionals hun vak niet alleen uitvoeren, maar ook gezamenlijk dragen? Welke vormen van zorg en samenwerking kunnen dan zichtbaar worden? Welke professionele ruimte wil hier geboren worden?


Het antwoord op die vragen ligt niet buiten de zorg.

Het ligt besloten in haar dagelijkse praktijk, wachtend om van binnenuit vorm te krijgen.

Opmerkingen


bottom of page