top of page

Bestuurlijke onzekerheid in tijden van AI

Bijgewerkt op: 25 feb

Over reflexen, overzicht en de moed om te vertragen


Bestuurders bespreken AI-toepassing met robot in bestuurskamer

Er circuleren veel overtuigende verhalen over AI. Het valt mij op hoe gemakkelijk ik bij het ene verhaal denk: ja, dit lijkt me waar. En bij het volgende: dat zou óók zomaar de waarheid kunnen zijn.


Sommige verhalen gaan over versnelling. Dat AI zich razendsnel ontwikkelt. Dat ons werk verandert en taken in rap tempo verdwijnen. Andere verhalen leggen de nadruk op richting. Dat de wezenlijke vraag niet is wat AI kan, maar wie bepaalt wat AI wordt. Ook daar klinkt urgentie: wees je bewust van de koers die je inslaat, want wat je nu mogelijk maakt, is later moeilijk terug te draaien. Beide perspectieven zijn plausibel en kunnen tegelijk waar zijn.


Hier begint voor mij het ongemak.


Wie eindverantwoordelijkheid draagt zonder zelf specialist te zijn, komt door de komst van AI voor een fundamentele vraag te staan: hoe verhoud ik mij tot deze ontwikkeling die groot en impactvol lijkt, maar tegelijk diffuus en lastig te overzien is?

Ā 

Uitzoomen zonder volledig overzicht

Bestuurders worden doorgaans eerder dan hun organisaties aan het denken gezet over externe ontwikkelingen. In gesprekken met toezichthouders, adviseurs en collega-bestuurders gaat het regelmatig over de snelle ontwikkeling van AI. In de bestuurskamer worden risico’s benoemd, kansen geschetst en scenario’s verkend.


Bestuurders willen vooruit kijken. Niet alleen naar wat er vandaag speelt, maar vooral naar wat zich mogelijk in de toekomst aandient. Zo reageren zij ook op de komst van AI. Zij proberen te begrijpen wat AI op termijn kan betekenen voor hun organisatie — ook wanneer nog niet duidelijk is of en hoe dat precies zal uitpakken.


Door er zo intensief mee bezig te zijn, kan het gevoel ontstaan dat men een kennisvoorsprong ontwikkelt. Maar een gevoel van voorsprong is niet hetzelfde als gedeeld inzicht.


Terwijl in de bestuurskamer wordt nagedacht over mogelijke impact, gaat het werk in de organisatie gewoon door. Medewerkers richten zich op hun dagelijkse praktijk. Voor hen is AI misschien een hulpmiddel dat zij al uitproberen. De mogelijke strategische consequenties spelen in hun dagelijkse werk meestal nog geen rol. De bestuurder daarentegen denkt in scenario’s voor de komende jaren.


Dat bestuurders zich anders voorbereiden dan de organisatie is natuurlijk logisch. Het hoort bij hun rol en verantwoordelijkheid. Toch kan spanning ontstaan wanneer je je als bestuurder verantwoordelijk voelt voor ontwikkelingen waarvan je de reikwijdte zelf nog niet volledig kunt overzien.


Daar wordt het persoonlijk.


De organisatiepsychologie biedt verschillende perspectieven op wat er kan gebeuren. Wanneer het gevoel van overzicht ontbreekt, kan twijfel ontstaan over de eigen positie en het eigen handelen. Onder druk vernauwt bovendien ons denken. We zoeken sneller naar houvast, nemen uitgesprokener standpunten in of stellen besluitvorming juist uit in de hoop dat meer duidelijkheid ontstaat.

Ā 

In situaties waarin verantwoordelijkheid groot is en overzicht beperkt, zijn zulke reacties voorstelbaar. Ze horen bij menselijk gedrag wanneer onzekerheid toeneemt. AI legt die reflexen bloot.

Ā 

AI als spiegel

AI vertegenwoordigt een ingrijpende technologische ontwikkeling. Het disruptieve en onvoorspelbare karakter ervan confronteert ons met onzekerheid over wat de technologie kan betekenen voor ons werk, onze organisaties en onze positie.

Ā 

Voor mij als psycholoog en veranderaar legt die onzekerheid iets wezenlijks bloot over leiderschap.

Ā 

De komst van AI maakt zichtbaar hoe wij reageren: welke vragen wij stellen, waar wij kansen zien, welke risico’s wij benadrukken en hoe wij omgaan met het gevoel te moeten beslissen terwijl de situatie nog niet volledig te overzien is.

Ā 

Ons brein reageert niet puur rationeel. Aannames, zorgen en ambities kleuren onze waarneming en beĆÆnvloeden wat wij belangrijk vinden, waar wij urgentie ervaren en wanneer wij terughoudend blijven. We kijken naar wat AI vandaag al mogelijk maakt en vullen — vaak onbewust — in wat morgen zal volgen. Verwachtingen krijgen zo invloed op keuzes in het heden.

Ā 

Ik zie drie gedragspatronen die onze afwegingen kunnen beĆÆnvloeden:

Ā 

  1. De reflex van daadkracht

  2. De overschatting van overzicht

  3. De verleiding van koploperschap

Ā 

Ik noem deze gedragingen valkuilen, omdat zij onder druk gemakkelijker optreden en onze waarneming ongemerkt kunnen sturen. Ze kunnen afzonderlijk zichtbaar worden, maar ook gelijktijdig — en soms versterken zij elkaar.

Ā 

1. De reflex van daadkracht

Wanneer druk oploopt, ontstaat een gevoel van urgentie dat uitnodigt tot voortvarend handelen. In het publieke debat zien we dat terug in politieke oproepen tot onmiddellijke AI-actie. Nationale leiders benadrukken urgentie en competitie, alsof vertraging gelijkstaat aan verlies. Die toon kan ook in organisaties resoneren: snelheid wordt dan gezien als krachtig leiderschap.


Daadkracht is op zichzelf geen probleem. Maar onder dreiging vernauwt het denken.

Wanneer onzekerheid toeneemt, zoeken mensen naar controle en reductie van complexiteit. Wat bedoeld is als bescherming kan daardoor uitmonden in versimpeling.


In de praktijk kan dat zichtbaar worden in het versneld formuleren van een visie, het inrichten van een taskforce zonder dat het bredere gesprek al is gevoerd, of het voorbereiden van besluiten in een kleine kring om tempo te maken.


Wat begint vanuit een legitieme intentie — verantwoordelijkheid nemen — kan zo leiden tot overhaasting. Nuance krijgt minder ruimte en alternatieve perspectieven worden minder gehoord.


Wanneer daadkracht samengaat met het gevoel dat het overzicht al voldoende is, kan dat andere blinde vlekken versterken.


2. De overschatting van overzicht

Informatie over AI is ruim beschikbaar. Artikelen, podcasts en analyses volgen elkaar in hoog tempo op. Voor bestuurders is het vanzelfsprekend zich daarin te verdiepen. Maar toegang tot informatie betekent niet dat er werkelijk overzicht ontstaat. Wat vandaag logisch lijkt, kan morgen alweer anders zijn.

Ā 

Overzicht concentreert zich bovendien niet vanzelf aan de top. Medewerkers experimenteren vaak al in hun dagelijkse praktijk, terwijl bestuurders vooruitdenken in scenario’s voor de komende jaren. Beide perspectieven vullen elkaar aan, maar komen niet vanzelf samen in gedeelde keuzes.

Ā 

Strategische keuzes krijgen beter vorm wanneer kennis en ervaring worden gedeeld, invalshoeken worden verkend en mensen bereid zijn hun beeld te herzien zodra nieuwe inzichten zich aandienen.

Ā 

Overzicht is geen afgerond gegeven. Het vormt zich in interactie.


3. De verleiding van koploperschap

In het publieke debat over AI ligt veel nadruk op ā€˜best practices’. Organisaties worden genoemd als voorbeeld voor anderen. Bestuurders verschijnen in interviews om hun visie toe te lichten. In vakmedia verschijnen lijstjes van ā€˜AI-koplopers’ en ā€˜digitale pioniers’.


Dat is begrijpelijk. Ambitie kan inspireren en energie geven. Zichtbaarheid kan helpen om talent aan te trekken of partners te verbinden.


Maar een sterke nadruk op zichtbaarheid voedt ook vergelijking. Hoe doen wij het ten opzichte van anderen? Lopen wij achter? Worden wij voldoende vernieuwend gevonden? De blik van buiten kan op enig moment zwaarder wegen dan de vraag wat de eigen organisatie werkelijk nodig heeft.


Sociale vergelijking is een krachtig mechanisme. Het kan aanzetten tot versnelling, maar angst om achter te blijven kan een zorgvuldige ontwikkeling ook onder spanning zetten.

Hier raken we een belangrijke vraag over leiderschap. Als leiderschap dienstbaar is aan de opgave, vraagt koploperschap om reflectie: richten wij ons op gezien worden, of op zorgvuldige keuzes die de organisatie werkelijk verder helpen?


Onzekerheid (h)erkennen

Wat ik in organisaties zie, is dat onzekerheid vaak wordt beantwoord met programma’s en versnelling. Er worden doelen geformuleerd, projectgroepen samengesteld, plannen gemaakt en processen gedigitaliseerd. Actief aan de slag gaan geeft houvast.


Wat daarbij regelmatig ontbreekt, is het gesprek over wat wij zelf nog niet zien of nog niet begrijpen. Ik vermoed niet dat dit een bewuste keuze is, maar eerder hoe het proces zich vanzelf ontwikkelt. De positie van bestuurder nodigt uit om richting te geven, niet primair om twijfel te delen. Het is begrijpelijk dat je bij een vraagstuk dat om een oplossing vraagt, niet eerst naar je eigen aannames kijkt.


Maar hierin schuilt een risico.


De vraag is niet alleen wat AI mogelijk maakt, maar hoe wij als leiders omgaan met het gegeven dat wij het geheel nog niet overzien. Hoe reageren wij wanneer expertise versnipperd is, inzichten uiteenlopen en de toekomst zich niet laat vastleggen in een vast stramien?


Onzekerheid nodigt uit tot handelen. Maar kan zij ook uitnodigen tot onderzoek? Op zulke momenten is versnelling niet automatisch het juiste antwoord. Het vraagt eerst dat bestuurders bereid zijn af te dalen in de praktijk. Om te luisteren voordat zij duiden. Om te onderzoeken en ruimte te maken voor wat zij zelf nog niet weten. En om middelen vrij te maken om samen met de organisatie eerst beter te verkennen wat werkelijk aan het ontstaan is.


Precies hier worden de eerder beschreven valkuilen voelbaar. Niet alleen bij ā€œde organisatieā€ of ā€œde bestuurderā€, maar ook bij mijzelf.


Zelfonderzoek als beginpunt

Ik merk bij mezelf hoe verleidelijk het is om te versnellen zodra ik denk de eerste contouren van een vraagstuk in beeld te krijgen. Hoe aantrekkelijk het voelt om richting te formuleren wanneer anderen om duidelijkheid vragen.


Daarom probeer ik mijzelf regelmatig een paar eenvoudige vragen te stellen:


  • Wat zijn aannames die ik nog niet kan staven?

  • Wat is er, maar zie ik mogelijk nog niet of onvolledig?

  • Waar wordt mijn oordeel gevoed door ambitie of ongemak?


Het zijn geen comfortabele vragen. Maar ze houden het denken open.


AI verandert ons werk zichtbaar. Zij legt niet alleen technologische vragen op tafel, maar ook vragen over hoe wij waarnemen, duiden en besluiten nemen. Dat vraagt om aandacht voor de reflexen die onze keuzes sturen — ook wanneer wij denken dat wij vooral rationeel handelen.

Ā 

Van onzekerheid naar ander leiderschap

Gaandeweg wordt duidelijk dat de spanning rond AI minder gaat over de technologie zelf dan over onze omgang met onzekerheid.


Reflexen die aanzetten tot versnelling en controle kunnen tijdelijk houvast geven, maar vergroten soms precies datgene wat wij willen verminderen: onrust, versnippering en vluchtige besluitvorming.


De manier waarop wij met AI omgaan, is daarmee in de kern een leiderschapsvraag.

Niet omdat bestuurders alles moeten weten, maar omdat zij bepalen of er ruimte ontstaat voor gezamenlijk leren. Of er werkelijk wordt geluisterd naar wat in de organisatie al zichtbaar wordt. Of twijfel gedeeld mag worden zonder dat dit meteen als zwakte wordt geĆÆnterpreteerd.


Inzicht ontstaat zelden vooraf in de bestuurskamer. Het groeit wanneer perspectieven elkaar ontmoeten en aannames bespreekbaar worden.


Misschien ligt de belangrijkste uitdaging daarom niet in de technologie zelf, maar in de bereidheid om onzekerheid niet weg te organiseren, maar te onderzoeken — samen, in het open gesprek.

bottom of page